Als twaalfjarig meisje verhuisde Christine van Suriname naar Nederland. In Suriname groeide ze op tussen uitbundige tuinen, zon en intens kleurgebruik. De overgang naar het Nederlandse grijs voelde als onwennig. Toen ze voor het eerst krokussen zag in het voorjaar, was dat een aangename schok: kleur bestond hier toch ook.
Ze begon zich te verdiepen in het expressionisme. Niet om de werkelijkheid letterlijk na te schilderen, maar om uitdrukking te geven aan wat zich achter de zichtbare werkelijkheid bevindt. “Ik schilder niet wat mijn oog ziet. Er is ook een andere waarneming.”
Wanneer ze schildert, verdwijnt het denken. “Ik weet van niks. Ik wil niks. Er komt iets door me heen.” Soms schildert ze over een werk heen, soms draait ze het doek om en ontstaat er een nieuwe ervaring. Haar schilderijen signeert ze niet vast onderaan rechts. Ook dat blijft open.
Spiritualiteit
Spiritualiteit vormt al sinds 1976 een vaste basis in Christine haar leven. Voor haar is er geen twijfel aan het bestaan van iets groters. Dat ze zich verbonden voelt met het jodendom heeft ook te maken met haar familiegeschiedenis in Suriname, waar verschillende culturele en religieuze lijnen samenkwamen. In het hospice ervaart ze die openheid opnieuw: verschillende achtergronden die naast elkaar mogen bestaan.
Misschien is dat wel de kern van wie Christine is: iemand die een stap terug doet wanneer dat nodig is, ruimte laat voor wat zich wil tonen, en begeleidt zonder iets te willen veranderen.
Voor Christine is het leven circulair. “We zijn in een kringloop. Het is niet een rechte lijn met een begin en een einde. Het is een overgang.” In het hospice wordt die overgang zichtbaar.
“Je begeleidt iemand zonder te interfereren met zijn energie. Je houdt iemand vast zonder iets te willen. Zodat hij de overgang kan maken zoals het voor hem bedoeld is.”