De aanstaande directeur van Hospice Immanuel in Amsterdam kreeg bezorgde reacties uit haar vriendenkring toen zij haar nieuwe baan geaccepteerd had. “Zou ik niet depressief worden tussen al die stervende mensen? Maar het tegenovergestelde is waar. Het is hier een plek vol licht en leven,” zegt Nadia Schoenzwytt. Scheidend directeur Sasja Martel, in 2003 initiator van het enige Joodse hospice in Europa, vult aan: “Dat komt doordat de maskers af ziin. Er is hier niets meer te verbergen.” Er bestaan inderdaad vooroordelen over Immanuel, of hospices in het algemeen. Ondanks dat de instelling bekend is -tv-presentatrice Chazia Mourali wijdde er zelfs een hoofdstuk aan in een boek over het sterven van haar moeder – is er een drempel. Martel: “Sommige Joden durven niet te komen kijken.
NIW: Huis van Licht
Per 1 september heeft het Joods Hospice Immanuel een nieuwe directeur. Na achttien jaar geeft Sasja Martel het stokje door aan Nadia Schoenzwytt. Het NIW sprak met de komende en de gaande vrouw.
Beeld: Dirk P.H. Spits
Dit artikel verscheen eerder in NIW. Bekijk hier een scan van het oorspronkelijke artikel.
Bezoekers zijn vaak verrast. Het is hier koosjer, maar iedereen is welkom
Daarom verzon ik steeds ludieke acties. Zoals de chocoladeletter, de chai, die je binnen op moest komen halen. Bezoekers waren verrast dat het hier helemaal niet donker en zwaarmoedig is.”
Eensgezind
Martels inspiratie kwam tijdens het schrijven van haar boek Sterk als de dood (gepubliceerd in 2004), over sterven en rouw in de Joodse traditie. In een onderzoek las ze over de specifieke, soms verstoorde familiebanden in de twee generaties na de Tweede Wereldoorlog. “De Joodse doelgroep is uniek, met zijn familierelaties en oorlogstrauma’s. Dat bijzondere karakter wordt op andere plekken vaak niet goed begrepen.” Er moest dus een hospice komen speciaal voor Joden. Op aanraden van rabbijn Lewis stelde Martel het huis ook open voor niet-Joden. De oud-rabbijn van de NIHS vond dat pikoeach nefesj, het voorschrift dat het bewaren van het leven superieur is aan alle andere wetten, voor elk mens geldt. “Bouw maar een heel groot hospice, zei hij. In de planning schoof ik van drie naar acht kamers. Het is hier koosjer, maar iedereen is welkom. Er komen ook donaties uit de niet-Joodse wereld.”
Tegelijkertijd ervaart Martel eensgezindheid tussen de Joodse bewoners, vrijwilligers en bezoekers. “De gemeenschap is toch wat verdeeld in verschillende sjoels, maar hier loopt alles door elkaar, van zeer orthodox tot atheïstisch. Niemand zet een ander in een hokje.” Alle rabbijnen zijn welkom. “Maar ze komen voor de bewoners, onafhankelijk van ons.” Over haar pensioen is de 69-jarige kort. “Ik heb maar één toekomstplan,” grijnst ze. “Vanaf 1 september elke dag een paar uur lang de Amsterdamse straten verkennen. Lekker lopen, hier en daar een kopje koffie drinken. Onvoorstelbaar dat mijn werkende leven straks voorbij is.” Op haar dertiende had Martel haar eerste bijbaantje, daarna is ze nooit met werken gestopt. “Maar mijn man, familie en vrienden verdienen nu mijn aandacht.”
Geen ziekenhuisregime
Op dit moment is Martel druk met de overdracht. Zij en Schoenzwytt voeren wekelijks besprekingen. Daarnaast leest de directrice in spe zich in en overlegt ze met het bestuur. Martel: “Vanaf 2002 heb ik alles opgebouwd. Er is dus veel informatie, en niet alles staat op papier. Gelukkig maar trouwens, want het is hier een levend instituut: menselijkheid is belangrijker dan regels. Wel kost het overdragen daardoor veel tijd. We zijn blijven niet hangen in protocollen. Alles moet hier kunnen en daar passen we het beleid op aan.” Bewoners worden nergens in beperkt. Ze bepalen zelf of en wanneer ze willen slapen, douchen, een sigaret roken of een glaasje drinken. Er heerst vrijheid, geen ziekenhuisregime.
“De bewoners en hun familie gaan altijd voor, zij zijn het belangrijkst,” vertelt Nadia Schoenzwytt. Ze is enthousiast, al flink thuis in de materie en lijkt goed op haar plek. In 1958 werd ze geboren in Israël, waar haar Roemeense familie in 1951 naartoe was gevlucht. Op haar derde volgde emigratie naar Brussel. Daar groeide zij Franstalig op en was ze actief in de Joodse Gemeenschap. Op haar achttiende ging Schoenzwytt een jaar naar Israël, daarna studeerde ze in Boston (VS) marketing en communicatie. “Daar ontmoette ik een aardige Nederlandse man. Ik volgde hem naar Nederland en in Overveen stichtten we een gezin.”
Schoenzwytt hield een zoon, een dochter en drie kleinkinderen over aan het huwelijk. In 2003 ging het stel uit elkaar en in 2008 vertrok Nadia weer naar Israël, waar ze drie jaar directrice was van de Nederlandse School. Daarna stapte zij over naar cosmeticamerk Sabon, waar zij marketing manager werd. Maar een ernstige ziekte deed haar beseffen wat het belangrijkst was: familie. “Ik belde naar mijn kinderen en zei: het slechte nieuws is dat ik ziek ben, het goede dat ik terugkom. Een keerpunt in mijn leven. De ijzersterke gezondheidszorg in Israël heeft me er gelukkig bovenop geholpen.”
Leiderschap
Eerder stuurde Schoenzwytt de marketing van onder meer M&S, Hunkemöller en de Bijenkorf. Terug in Nederland vestigde ze zich als zelfstandig adviseur. De klussen rolden binnen, tot ze zich tijdens de corona pandemie begon af te vragen of het werk haar nog wel voldoening gaf. De ervaren marketeer ging aan de slag bij stichting NewBees, dat nieuwe immigranten ondersteunt bij de inburgering. Herkenbaar, vanwege de migratiegeschiedenis van Schoenzwytt’s eigen familie.
Maar 7 oktober zette alles op zijn kop. “De directie steunde me, maar in de verdere omgeving voelde ik me niet meer vrij met een chai of mag een David om mijn hals te lopen. En precies op dat moment werd ik via via benaderd voor het hospice. Dat kwam echt op het juiste moment. Een prachtige baan in een compleet Joodse omgeving. En een eer dat ik het mag doen.” Ervaring in de zorg heeft ze niet. “Maar bij het invullen van dit werk gaat het veel meer om leiderschap en communicatie.”
Sasja Martel: “Het was niet gemakkelijk iemand te vinden, maar met Nadia voelt het goed. We denken op dezelfde manier over het leiden van het instituut.”
Schoenzwytt: “Als nieuwe directeur wil ik al het goede dat Sasja heeft opgebouwd behouden. Verder leg ik mijn focus waar ik ervaring in heb: communicatie. Iedereen mag weten wat voor prachtige plek het hier is, een plek met nesjomme waar we het leven vieren tot de laatste dag.” Zelf verloor ze beide ouders, haar vader nog maar kortgeleden. “Ik heb gezien hoe belangrijk het is in je laatste momenten liefde en zorg te krijgen, in een veilige omgeving. ledereen verdient dat.” Ook wil de technisch vaardige Schoenzwytt het werk verder digitaliseren. “Dat maakt het minder tijdrovend en efficiënter. En als het op een dag weer overgedragen moet worden, veel simpeler.”
Uitdagingen zijn er wel. “Nu is het financieel een gezonde organisatie, maar dat moet wel zo blijven. In deze tijd met stijgende kosten voor energie en personeel kan dat een uitdaging worden.” Lachend: “We hebben genoeg middelen nodig om onze ‘vijfsterrenkwaliteit’, zoals we het graag noemen, te handhaven.”
Warm
Inderdaad is de sfeer in Immanuel niet wat je zou verwachten van een sterfhuis. Hoewel er begrijpelijkerwijs verdrietige momenten zijn, is het er warm en gezellig. Martel: “Laatst waren er twee bewoners die verliefd werden. Ze zaten hand in hand aan tafel en gingen wandelen, een van de twee in een rolstoel. De vrouw zei dat ze nu pas ontdekte wat het is om van iemand te houden. Daar moet je dan 97 voor worden en het in een hospice meemaken. Er zijn hier ook huwelijken gesloten tussen bewoners, dit is een officiële trouwlocatie.”
Schoenzwytt: “Ik ben nieuwsgierig en kijk ernaar uit veel te leren, mensen te leren kennen. Maar ik denk wel dat dit mijn laatste klus word, want ik ben 65. De laatste, maar misschien wel de mooiste.” Martel: “Het wordt de kers op je taart.”